Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2016

Onder 5.11 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2437.

Uit hetgeen hiervoor onder 5.8 is vermeld volgt in de eerste plaats dat de ouders over de (medische) problematiek van [kind] tot nu toe onvoldoende met de ingeschakelde artsen en hulpverlenende instanties hebben kunnen samenwerken en dat zij in deze samenwerking, die in het belang van [kind] noodzakelijk is, haar belang onvoldoende centraal hebben gesteld. Ondersteuning en adviezen zijn beëindigd of niet ingezet dan wel niet opgevolgd, en [kind] is door veel opeenvolgende artsen gezien. De moeder heeft op enig moment de voorgeschreven dosering vitamine B12 naar eigen goeddunken verhoogd, waarna sprake was van overdosering. Omdat de ouders de overdracht van de bevindingen van de artsen naar elkaar en naar andere hulpverlenende instanties onvoldoende toestaan, is het niet mogelijk voor de behandelend artsen en de overige instanties een goed beeld te krijgen van de gezondheidstoestand van [kind] , hetgeen aan het stellen van een juiste diagnose, dan wel hulpverlening in de weg kan staan. Vast staat dat de professionals die tot aan de doorverwijzing naar het Radboud UMC bij [kind] waren betrokken, geen goed zicht hebben kunnen krijgen op de medische problematiek van [kind] , omdat de ouders soms niet bereikbaar zijn, geen openheid van zaken geven, met een beroep op het recht op privacy niet willen dat informatie vanuit de ene organisatie wordt gedeeld met de andere organisatie en in de contacten met de behandelend artsen en overige professionals het conflict opzoeken. De ouders spelen de verschillen van inzicht hoog op, zoals ook blijkt uit de brieven van de ouders die in het geding zijn gebracht. In het belang van [kind] zou de insteek moeten zijn dat de ouders in gezamenlijkheid met de behandelend artsen en overige professionals naar een diagnose en een behandeling zoeken. Uit de hiervoor onder 5.8 gegeven opsomming blijkt dat de ouders vooral zelf de koers bepalen en dat hun gebrek aan vertrouwen in de aanpak van de behandelend artsen en andere professionals aan een voortvarende aanpak van de klachten bij [kind] in de weg lijkt te staan. De feitelijke situatie is nu dat [kind] sinds haar geboorte, dus al bijna vier jaar lang, kampt met obstipatie en andere meer of minder ernstige medische klachten en dat zij in verband daarmee vele zeer belastende onderzoeken heeft moeten ondergaan, waarvan sommige behandelend artsen menen dat daarvoor geen gegronde reden is, terwijl nog steeds geen duidelijke diagnose is gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6f2f55ef2016c02b450baaaf81836226cb1b06f8fe8897823514ce1ef372f27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6f2f55ef2016c02b450baaaf81836226cb1b06f8fe8897823514ce1ef372f27, en de alinea staat in dat document op bytes 31453 tot 33923.