Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 januari 2016

Onder 4.10 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:277.

Ook indien de in 4.9 gegeven uitleg van het geciteerde arrest onjuist zou zijn, is het Hof van oordeel dat de door de Hoge Raad geformuleerde uitzonderingssituatie zich in het onderhavige geval niet voordoet. Het staat immers vast dat [G] , naast het omgezette deel van haar vordering van € 1.800.000 waarop dezelfde voorwaarden van toepassing zijn als op de drie leningen van ieder € 300.000 van de nieuwe aandeelhouders, nog een aanzienlijke vordering op [E] had, waardoor van geldleningen in min of meer dezelfde verhouding als het aandelenkapitaal geen sprake was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5482445acbf4f639c48708299a9d0c1c99b858f847410fa9bc03b088011b4d35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5482445acbf4f639c48708299a9d0c1c99b858f847410fa9bc03b088011b4d35, en de alinea staat in dat document op bytes 28715 tot 29300.