Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2016

Onder 2.2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3085.

Bij arrest van 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3018) heeft de Hoge Raad op de daarover gestelde prejudiciële vragen geantwoord dat de stuitende werking op de voet van art. 3:316 lid 1 BW van een collectieve vordering in de zin van art. 3:305a BW zich uitstrekt tot de verjaring van op die collectieve actie aansluitende individuele vorderingen tot vernietiging van rechtshandelingen krachtens art. 1:89 BW, hetgeen ingevolge het bepaalde in art. 3:52 lid 2 BW ertoe leidt dat ook de verjaring van de bevoegdheid tot het uitbrengen van een buitengerechtelijke verklaring wordt gestuit. Voorts heeft de Hoge Raad geantwoord dat een dergelijke buitengerechtelijke vernietigingsverklaring, die wordt uitgebracht voor het tijdstip waarop de in art. 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn van zes maanden is verstreken, tijdig is uitgebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0a01307be03d8393fc4ba7bab78898ea53fd2d41ca972010b74b6fb06933b4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0a01307be03d8393fc4ba7bab78898ea53fd2d41ca972010b74b6fb06933b4b, en de alinea staat in dat document op bytes 6794 tot 7637.