Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2016

Onder 4.7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3128.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of voor de handelwijze van de Inspecteur een redelijke rechtvaardiging bestaat. Grondrechten hebben immers geen absolute gelding, maar kunnen beperkingen inhouden mits deze werkelijk beantwoorden aan de doeleinden van algemeen belang die met de maatregel worden nagestreefd (HvJEU 3 juli 2014, nr. C-129/13 en C-130/13, Kamino en Datema, ECLI:EU:C:2014:2041).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f513def44626be0b39e4214d249b0fe86937af3cc6a571782a299a20baf6d56c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f513def44626be0b39e4214d249b0fe86937af3cc6a571782a299a20baf6d56c, en de alinea staat in dat document op bytes 139476 tot 139895.