Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 april 2016

Onder 5.5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3301.

[geïntimeerde] is er tijdens de mondelinge behandeling niet in geslaagd het hof ervan te overtuigen dat hij op 17 augustus 2015 mocht menen dat hij zonder tussentijds overleg met zijn leidinggevende of de afdeling planning de gehele werkdag in de vrachtauto kon wachten totdat het niet meer zou regenen. [geïntimeerde] lijkt zich, naar het oordeel van het hof, niet te realiseren welke reacties hij met zulk gedrag oproept. Iets dergelijks geldt voor het incident op 2 september 2015. Daarbij gaat het, ondanks de door [geïntimeerde] gemaakte fout bij de uitvoering van zijn werk, niet om de vakbekwaamheid van [geïntimeerde] (die buiten twijfel staat) maar om het beeld van [appellant/bedrijf] dat [geïntimeerde] aan een klant geeft wanneer hij zijn werkgever de schuld geeft van de oorzaak van zijn fout. In zijn verweerschrift in hoger beroep geeft [geïntimeerde] aan dat hij zich mogelijk niet goed heeft uitgedrukt en dat hij [appellant/bedrijf] niet in een kwaad daglicht heeft willen stellen, maar hij voegt daar aan toe dat hij wel heeft "willen aangeven dat de situatie niet zonder reden was ontstaan". Daaruit blijkt op geen enkele manier dat [geïntimeerde] beseft welk gedrag passend is tegenover een klant, bij wie hij een fout maakt, en hoe die klant het excuus zal opvatten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14a5d3843fd9bf8e50381cca62265df177bfe846eff1aa1ed6ff4c7977533eeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14a5d3843fd9bf8e50381cca62265df177bfe846eff1aa1ed6ff4c7977533eeb, en de alinea staat in dat document op bytes 30926 tot 32280.