Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 mei 2016
Onder 6.19 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3984.
Voor het antwoord op de vraag welke zin partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijze mochten toekennen aan het woord "premievrij" in de overeenkomst en wat zij te dien aanzien redelijkerwijze van elkaar mochten verwachten, komt ook betekenis toe aan de aard van de transactie, de omvang en gedetailleerdheid van het contract en de wijze van totstandkoming ervan. In het onderhavige geval is sprake is van een overeenkomst tussen zakelijke partijen inzake een zuiver commerciële transactie, terwijl die partijen bij de totstandkoming van de overeenkomst werden bijgestaan door (juridisch en pensioentechnische) deskundige adviseurs. Als uitgangspunt dient daarom beslissend gewicht te worden toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de woorden van de omstreden bepaling, gelezen in het licht van de overige, voor de uitleg relevante bepalingen van de overeenkomst (ECLI:NL:HR:2007:BA4909 en ECLI:NL:HR:2007:AZ3178).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bf1de49e1c905d2070148534434d8f39028aaefb4773d5467386602064c2fc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bf1de49e1c905d2070148534434d8f39028aaefb4773d5467386602064c2fc9, en de alinea staat in dat document op bytes 43605 tot 44585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bf1de49e1c905d2070148534434d8f39028aaefb4773d5467386602064c2fc9 | shasum -a 256