Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2016
Onder 4.15 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4640.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 19 september 2014, nr. 13/02558, ECLI:NL:HR:2014:2707, rechtsoverweging 3.6.2, geoordeeld dat, bij de berekening van de vermindering als bedoeld in artikel 10 Wet Bpm, moet worden uitgegaan van de inkoopwaarde van de referentieauto in gebruikte staat die de handel hanteert bij aankoop van een particulier. Dit brengt mee dat – voor zover bij de bepaling van de inkoopwaarde de inkoopprijs die is betaald aan een handelaar relevant is – de inkoopprijs moet worden verminderd met de handelsmarge van laatstgenoemde (vgl. HR 10 juli 2009, nr. 43873, ECLI:NL:HR:2009:BJ2012). Het voorgaande brengt naar het oordeel van het Hof tevens mee dat – voor zover bij de bepaling van de inkoopwaarde de verkoopprijs die is ontvangen van een particulier (dit hoeft niet gelijk te zijn aan de vraagprijs) relevant is – die verkoopprijs moet worden verminderd met de handelsmarge van de handelaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bc885b2e705989e5da54f184eb09f7ff5a30842ab091959a77ef5b9b5ff488e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bc885b2e705989e5da54f184eb09f7ff5a30842ab091959a77ef5b9b5ff488e, en de alinea staat in dat document op bytes 26449 tot 27389.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bc885b2e705989e5da54f184eb09f7ff5a30842ab091959a77ef5b9b5ff488e | shasum -a 256