Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016

Onder 4.5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:494.

Het hof heeft met juistheid tot uitgangspunt genomen dat voor verwerking in overeenstemming met het Protocol incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen van strafrechtelijke persoonsgegevens in bestanden als de onderhavige registers die onder het regime van de Wbp vallen een veroordeling door de strafrechter niet is vereist. Voorts heeft het hof terecht onder ‘strafrechtelijke persoonsgegevens’ verstaan ‘zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring in de zin van art. 350 Sv. kunnen dragen’ en in dat verband evenzeer terecht als maatstaf genomen of de vastgestelde gedragingen een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren, in die zin dat de te verwerken strafrechtelijke persoonsgegevens in voldoende mate moeten vaststaan. Van het vorenstaande uitgaande heeft het hof, zonder miskenning van zijn taak als burgerlijke rechter en zonder schending van de door art. 6 lid 2 EVRM gewaarborgde onschuldpresumptie kunnen oordelen dat de in dit civiele geding als vaststaand aangenomen gedragingen van verzoekers waarover de strafrechter geen uitspraak heeft gedaan en, naar het hof kennelijk heeft aangenomen, ook niet zal doen een zwaardere verdenking opleveren dan enkel een redelijk vermoeden van schuld aan valsheid in geschrift of oplichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ecf6a33524e8c80272adcd7959c4ec2b26bb21070102e13cfee29f4db2408ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ecf6a33524e8c80272adcd7959c4ec2b26bb21070102e13cfee29f4db2408ef, en de alinea staat in dat document op bytes 34797 tot 36225.