Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016

Onder 2.10 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:494.

Resumerend wordt dan ook gesteld, dat de inbraak niet op de gepresenteerde wijze kan hebben plaatsgevonden. De sporen van braak aan het slot (het uitbuigen van de slotplaat) kunnen namelijk niet veroorzaakt zijn indien onderhavige deur gesloten was. Het kan niet worden uitgesloten dat de tussendeur niet was afgesloten en dat men tijdens / na de diefstal uit de oefenruimte schade aan het slot heeft aangebracht om een inbraak te ensceneren, mogelijk ingegeven door de telefonische mededeling van de tussenpersoon dat het zonder de aanwezigheid van sporen van braak en schadeuitkering moeilijk zou worden. (zie 4.3) Dat een onbekende derde (daders) deze handelingen zou verrichten is echter zeer onwaarschijnlijk te achten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ecf6a33524e8c80272adcd7959c4ec2b26bb21070102e13cfee29f4db2408ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ecf6a33524e8c80272adcd7959c4ec2b26bb21070102e13cfee29f4db2408ef, en de alinea staat in dat document op bytes 17784 tot 18578.