Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016

Alinea 105 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:521.

[benadeelde 1] heeft aangifte gedaan van oplichting door verdachte in de periode tussen 18 januari 2010 en 28 februari 2011 te Amersfoort. Aangeefster heeft verklaard dat zij [verdachte] anderhalf jaar geleden leerde kennen via een datingsite en dat hij in mei 2010 bij haar is komen wonen in [plaats] . Vanaf januari 2010 kon zij niet meer inloggen via Internetbankieren van de SNS-bank, omdat haar identifier niet meer werkte. Zij heeft vervolgens meerdere nieuwe identifiers aangevraagd, maar de ene keer werkte deze niet, de andere keer wel en dan was deze alweer na een week geblokkeerd. Tot en met mei 2010 heeft zij acht identifiers aangevraagd. Toen zij op 27 mei 2010 telefonisch contact had met een medewerker van de SNS-bank, werd haar verteld dat er geldbedragen waren overgeschreven met identifier nummer [identifier] , welke niet in haar bezit was. Vervolgens is zij naar de SNS-bank gegaan, waar zij constateerde dat al haar spaargeld van haar spaarrekeningen was afgeschreven. De rekeningnummers waar het geld heen was gegaan stonden op naam van [verdachte] en [naam] . [naam] zou de moeder van [verdachte] zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/643f17a6254302543a3fdb139f67e63007229a3dafa82e88d1fc24b54f128c22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 643f17a6254302543a3fdb139f67e63007229a3dafa82e88d1fc24b54f128c22, en de alinea staat in dat document op bytes 26028 tot 27180.