Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016

Alinea 222 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:521.

De verklaring van aangeefster [benadeelde 1] dat zij door de verdachte in de tenlastegelegde periode werd belaagd vindt voldoende steun in ander bewijsmateriaal, met name de verklaring die de toenmalige buurvrouw van aangeefster heeft afgelegd. Het hof ziet geen aanleiding om de periode, zoals betoogd door de raadsvrouw, te verkorten. In ieder geval was in die periode sprake van belaging. Dat verdachte en aangeefster mogelijk contact hebben gehad in verband met de financiële afwikkeling van het een en ander, zoals in het kader van het opstellen van het convenant, maakt niet dat van belaging geen sprake kan zijn. Aangeefster kreeg sms’jes waarin stond dat verdachte haar in de gaten hield en verdachte hield haar ook daadwerkelijke in de gaten door zich vaak in de buurt van haar woning op te houden. Verdachte moet hebben geweten dat hij (ook) daardoor wederrechtelijk inbreuk maakte op de levenssfeer van aangeefster. Gelet op de door aangeefster gegeven opsomming van inbreuken, is sprake van stelselmatigheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/643f17a6254302543a3fdb139f67e63007229a3dafa82e88d1fc24b54f128c22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 643f17a6254302543a3fdb139f67e63007229a3dafa82e88d1fc24b54f128c22, en de alinea staat in dat document op bytes 72293 tot 73329.