Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016

Alinea 317 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:521.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat de berechting van de zaak in eerste aanleg lang heeft geduurd, nu het vonnis dateert van 3 december 2014 en verdachte, zoals hiervoor is verwoord, reeds op 1 maart 2012 als verdachte is gehoord en verdachte vanaf dat moment in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het hof is evenwel niet van oordeel dat het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn is geschonden, nu verdachte na zijn verhoor in maart 2012 verder is gegaan met het plegen van strafbare feiten, waardoor nieuw onderzoek nodig was. Verdachte is na maart 2012 in verband met een nieuwe aangifte tegen hem op 25 februari 2013 verhoord. Dat is tevens het laatste verhoor van verdachte geweest. Daarbij komt dat de zaak – ondanks het feit dat de zaak twee keer op verzoek van verdachte is aangehouden en er op verzoek van verdachte bij de raadsheer-commissaris getuigen zijn gehoord - in hoger beroep met voortvarendheid is behandeld, zodat binnen vier jaar na het eerste verhoor en binnen drie jaar na het laatste verhoor arrest wordt gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/643f17a6254302543a3fdb139f67e63007229a3dafa82e88d1fc24b54f128c22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 643f17a6254302543a3fdb139f67e63007229a3dafa82e88d1fc24b54f128c22, en de alinea staat in dat document op bytes 106454 tot 107663.