Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2016

Onder 3.3 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:572.

De gemeente en Divosa kunnen zich met de afwijzing van hun faillissementsverzoek door de rechtbank niet verenigen. Zij stellen – kort samengevat – het volgende. Er is sprake van een vorderingsrecht, nu het bestaan ervan in de faillissementsprocedure slechts summierlijk dient te blijken. Voorts is sprake van pluraliteit van schuldeisers. Zij vormen als gemeente en Divosa twee schuldeisers, maar bovendien heeft de ING Bank twee opeisbare vorderingen op [verweerder] . Het feit dat [verweerder] van het veroordelend vonnis hoger beroep heeft ingesteld hoeft in beginsel geen beletsel te zijn om het faillissement uit te spreken. Ten onrechte heeft de rechtbank voorts overwogen dat het belang van [verweerder] bij afwijzing van het faillissementsverzoek bij de huidige stand van zaken zwaarder weegt dan het belang van verzoeksters bij toewijzing daarvan. Met het terugkrijgen van de door [verweerder] weggesluisde subsidiegelden is een groot publiek belang gemoeid, hetgeen zwaarder dient te wegen dan het persoonlijk belang van [verweerder] , aldus de gemeente en Divosa.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91eecf52e645cf18c579a9f7324b624966f52da58c074ab7442ee30a575fe617. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91eecf52e645cf18c579a9f7324b624966f52da58c074ab7442ee30a575fe617, en de alinea staat in dat document op bytes 9615 tot 10708.