Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 juli 2016

Onder 4.4. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 juli 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5817.

Het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft in de onderdelen 4.6. tot en met 4.8. van zijn uitspraak geoordeeld dat het niet aan het (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende is te wijten dat de inkomsten als gastouder niet in zijn aangifte zijn verantwoord en dat derhalve geen sprake is van kwade trouw als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de AWR. De Hoge Raad heeft in het verwijzingsarrest geoordeeld dat het tweede cassatiemiddel van de Staatssecretaris, dat tegen dit oordeel opkwam, niet tot cassatie kan leiden. Gelet hierop heeft de Inspecteur zijn stelling dat belanghebbende bij het indienen van de aangifte te kwader trouw was ter zitting laten vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/005d41af6744f5be4ad8aa8ae713d172f52757e627b6f706d60680fee92e39e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 005d41af6744f5be4ad8aa8ae713d172f52757e627b6f706d60680fee92e39e6, en de alinea staat in dat document op bytes 16966 tot 17650.