Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016

Onder 2.10 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:611.

De getuige [C.] heeft bevestigd dat hij op 20 februari 2013 jourdienst had, maar hij heeft niet “meegekregen” dat het toen glad zou zijn geweest en ook niet dat er iemand gevallen was. Als er “grote onregelmatigheden” waren geweest, iets wat opvalt, zou hij dat hebben geweten of gezien, of daarop zijn geattendeerd door bezoekers. Volgens de getuige heeft hij nagevraagd wat uit de administratie van Ikea over het incident blijkt. Hij heeft begrepen dat er een incidentenformulier is waarop staat dat [appellante] is gevallen, maar dat men niet weet wat de oorzaak is. Als hij zou hebben gehoord dat het glad was, zou het de taak van de getuige zijn geweest om daar wat aan te doen. Zou het op 20 februari 2013 nodig zijn geweest om te strooien, dan zou hij zich dat herinneren, omdat hij een fysieke handeling zou hebben moeten verrichten en mensen had moeten oproepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9, en de alinea staat in dat document op bytes 13151 tot 14044.