Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016
Onder 2.11 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:611.
U vraagt mij of ik de moeder van mw. [appellante] gesproken heb die ochtend. Ja. Ik ken [appellante] van de Bijenkorf en heb op die ochtend ook haar moeder gesproken. U vraagt mij of de moeder van [appellante] heeft gezegd waarom ze was gevallen. Ik weet het niet meer. Ik kan mij niet herinneren dat ik van de moeder van [appellante] gehoord heb wat de oorzaak was van het vallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9, en de alinea staat in dat document op bytes 16571 tot 16966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9 | shasum -a 256