Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016

Onder 2.12 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:611.

Vervolgens staat het hof voor de vraag hoe het bewijs te waarderen. In dat verband geeft het hof zich er rekenschap van dat [appellante] partijgetuige is. Waar het feiten betreft waarvan zij de bewijslast draagt, kan haar verklaring geen bewijs in haar voordeel opleveren anders dan ter aanvulling van onvolledig bewijs. Het hof verwijst naar artikel 164 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Consequentie hiervan is dat naast de verklaring van [appellante] aanvullende bewijzen voorhanden moeten zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring van [appellante] voldoende geloofwaardig maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9, en de alinea staat in dat document op bytes 18341 tot 19012.