Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016

Onder 2.14 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:611.

De optelsom van de verklaringen van de moeder van [appellante] en haar zussen én de verklaring van [D.] levert echter juist wel voldoende aanvullend bewijs op. Weliswaar heeft laatstbedoelde getuige aanvankelijk verklaard dat hij zich niet herinnert of sprake was van gladheid en zelfs ook dat hem wel zou zijn opgevallen als er ijs gelegen zou hebben op de plek waar [appellante] was gevallen – waarmee hij leek te impliceren dat er geen ijs was – maar hij heeft vervolgens alsnog verklaard dat hij aan [appellante] had gevraagd was er was gebeurd en dat zij toen heeft gezegd dat ze was uitgegleden “over de grond” en ook dat hij van [appellante] heeft gehoord dat het volgens haar glad was. Veel in deze verklaring is opmerkelijk, maar het hof heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de nadere verklaring van [D.] volgens welke [appellante] meteen heeft gezegd dat het glad was en dat zij was uitgegleden. (Anders dan Ikea in de verklaring van [D.] leest, spreekt [D.] – zo is uit de context van zijn verklaring voldoende duidelijk – niet over wat hij heeft gehoord in een later gesprek met [appellante].) Dat zijn gewichtige aanknopingspunten voor de geloofwaardigheid van de verklaring van [appellante] als partijgetuige en trouwens ook voor de geloofwaardigheid van de verklaringen van haar moeder en zussen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9, en de alinea staat in dat document op bytes 19596 tot 20939.