Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016
Onder 2.15 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:611.
Partijen hebben in hun memorie respectievelijk antwoordmemorie na enquête uitvoerig de verklaring van [D.] bediscussieerd. Concrete aanwijzingen dat de getuige onder druk stond, zijn er niet. Zoals uit het proces-verbaal blijkt heeft de raadsheer-commissaris dat geprobeerd te onderzoeken. Daarbij is bij de raadsheer-commissaris de indruk ontstaan dat er vooral aanleiding bestaat om te denken dat [D.] zich ongemakkelijk voelde – mogelijk/waarschijnlijk ook tegenover zijn werkgever, een beveiligingsbedrijf dat in opdracht van Ikea werkt – over wat hij op het incidentenformulier had geschreven en niet dat hij van de zijde van [appellante] onder druk zou zijn gezet. Met dit laatste is uiteraard niet gezegd dat er wel druk van de zijde van Ikea is geweest; anders dan Ikea leest het hof die stelling niet in de memorie na enquête van [appellante].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9, en de alinea staat in dat document op bytes 21003 tot 21875.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3aca708c7ffe5b64892be03d94238e22f6f6dc0011b9286a1a1042ccdf268d9 | shasum -a 256