Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016

Onder 4.7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6255.

Verder neemt het hof het volgende in aanmerking. Volgens de overgelegde opgaven gewaspercelen 2013 – 2015 en de boekhoudrapporten 2012, 2013 en 2014 exploiteert [geïntimeerde] een bedrijf van bijna 54 hectare waarvan 13.30 ha eigendom, 25 ha reguliere pacht en 12 ha kortdurende reguliere pacht. Het areaal wordt grotendeels aangewend voor akkerbouw (zomergerst, zetmeelaardappelen, suikerbieten) en een deel blijvend grasland. Hij beschikt verder over inmiddels ruim 100 schapen. Het wegvallen van 20 ha bij een bedrijf van 54 ha heeft in het algemeen aanzienlijke gevolgen. Dat nog immer sprake is van een landbouwkundige exploitatie is het hof voldoende gebleken uit de door [geïntimeerde] overgelegde stukken. Daarbij komt dat [geïntimeerde] , thans 71 jaar oud, vasthoudt aan zijn plannen nog jaren te blijven boeren en dat hij investeert in gebouwen, machines en uitbreiding van zijn productierechten. Zijn maatschappelijk bestaan is afhankelijk van zijn bedrijf. Het verlies van het gepachte heeft voor [geïntimeerde] dus zwaarwegende gevolgen, bijvoorbeeld ook voor het kunnen terugverdienen van de gedane investeringen. In het licht van deze feiten en omstandigheden legt de mededeling van [geïntimeerde] bij brief van 28 januari 2012 dat hij tot en met zijn 70ste zou doorgaan, waarna verkoop van de pachtgronden mogelijk zou worden, onvoldoende gewicht in de schaal. Dat geldt tevens voor het gestelde belang van [appellante] bij ontbinding van de pacht. Naar het hof begrijpt, wenst zij voornamelijk de moeizame pachtrelatie met haar broer te beëindigen. In elk geval heeft [appellante] onvoldoende aangevoerd om een dringend belang aan te nemen bij verkoop in onverpachte staat. De pachtrelatie met [geïntimeerde] kan zij beëindigen door verkoop van de gronden aan een veilige verpachter. Tot slot is ter zitting gebleken dat [geïntimeerde] het slootonderhoud weliswaar niet altijd tijdig maar wel jaarlijks laat doen, zonder dat bestuursrechtelijk behoeft te worden ingegrepen. Voor zover hierbij al sprake is van een tekortkoming, is ook deze van te geringe betekenis om een ontbinding van de pachtovereenkomst te rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb, en de alinea staat in dat document op bytes 18065 tot 20235.