Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016

Onder 4.11 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6255.

Het hof oordeelt als volgt. Het gaat in deze om jaarlijkse pachtbetalingen waarop artikel 3:308 BW van toepassing is. Dit artikel bepaalt dat rechtsvorderingen tot betaling van periodieke vorderingen, waaronder pachten, verjaren door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Voor de aanvang van de verjaring moet dus aansluiting gezocht worden bij de opeisbaarheid van de pachtsom. Opeisbaar worden pachtpenningen conform de regels van artikel 6:38 en 6:39 BW uiterlijk op de afgesproken datum van de periodieke betaling. Op grond van de pachtovereenkomst van 1995 diende [geïntimeerde] de pacht jaarlijks te voldoen voor of op 1 november van dat jaar (dus achteraf). De gevorderde achterstallige pacht ziet op de periode 1 november 2008 – 8 februari 2009 waarvan de betaling verschuldigd en daarmee opeisbaar was uiterlijk 1 november 2009. De verjaring was daarmee op 1 november 2014 voltooid. Nu de inleidende dagvaarding dateert van 5 november 2014 en [appellante] zich niet erop heeft beroepen dat de verjaring voordien is gestuit (Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:663), is de vordering verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb, en de alinea staat in dat document op bytes 21290 tot 22482.