Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016

Onder 4.12 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6255.

Hieraan doet niet af dat [appellante] pas na de goedkeuring van de pachtovereenkomst van 1995 een rechtsvordering toekwam (artikel 7:322 BW). Het begrip “rechtsvordering” wordt in de wet niet eenduidig gebruikt. Of met dat begrip het (subjectieve) vorderingsrecht wordt bedoeld of het recht om in rechte aanspraak te maken op een subjectief recht, moet worden afgeleid uit de strekking van de bepaling en de context waarin het begrip is gebruikt. In artikel 7:322 BW heeft het begrip rechtsvordering louter de betekenis van het instellen van een vordering in rechte tot betaling van de pachtprijs. Artikel 7:322 BW heeft niet de strekking om iets af te doen aan het moment van verschuldigdheid van de pachtprijs maar is alleen bedoeld als een prikkel om de pachtovereenkomst ter goedkeuring aan de grondkamer in te zenden. Het is in dat verband en met die strekking dat de sanctie van artikel 7:322 BW verhindert dat de verpachter zijn aanspraken op achterstallige pacht in rechte geldend kan maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb, en de alinea staat in dat document op bytes 22546 tot 23563.