Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016
Onder 4.13 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6255.
De verpachter heeft op grond van een niet-goedgekeurde maar wel bestaande pachtovereenkomst steeds materieel aanspraak op de pachtpenningen en de pachter heeft steeds de verplichting de pachtprijs te betalen. Ook zolang de pachtovereenkomst nog niet is goedgekeurd, zijn de pachtpenningen dus wel op de afgesproken datum van betaling verschuldigd en opeisbaar (in de zin van art. 3:308 BW) maar nog niet in rechte opvorderbaar. De verjaringstermijn voor het kunnen vorderen van nakoming van de periodieke verplichting tot betaling van de pachtprijs vangt dus telkens aan op het afgesproken moment van betaling. Dat de overeengekomen pachtprijs kan afwijken van hetgeen door de grondkamer wordt goedgekeurd - en dat in zoverre de hoogte van het verschuldigde bedrag nog niet vaststaat - doet aan de aanvang van de verjaringstermijn op zichzelf niet af. Art. 3:308 BW heeft betrekking op alle periodieke verplichtingen, ongeacht of het gaat om nog niet vaststaande bedragen (vergelijk voor het oude recht Hoge Raad 5 mei 1944, NJ 1944, 357).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb, en de alinea staat in dat document op bytes 23627 tot 24679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abf2e83c7a1ef456e3a1e1a1e8311414003df75cb44117209b9ea9217273b4eb | shasum -a 256