Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016

Onder 4.19. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:697.

Naar het oordeel van het Hof leidt voornoemde uitleg van de Hoge Raad ertoe dat als in WOZ-zaken per afzonderlijk object aan de hand van de objectkenmerken en gehanteerde vergelijkingsobjecten de vastgestelde WOZ-waarde moet worden beoordeeld, in zijn algemeenheid niet kan worden gezegd dat de werkzaamheden van de gemachtigde in elk van die zaken nagenoeg identiek konden zijn. De werkzaamheden betreffen dan immers in niet onbetekenende mate de individuele omstandigheden per object. Voor een meer abstracte toets, waarbij de aard van het geschil (WOZ-procedure), de aard van het object (bijvoorbeeld woningen), de gehanteerde waarderingsmethode (bijvoorbeeld de vergelijkingsmethode) en de aard van de beroepsgronden (bijvoorbeeld referentieobjecten zijn onvoldoende vergelijkbaar) worden beoordeeld, vindt het Hof gelet op voornoemde uitleg geen ruimte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e706de2d34bb27e11867a4f524698fd69ad08a96f336bd4b652e4e654a496482. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e706de2d34bb27e11867a4f524698fd69ad08a96f336bd4b652e4e654a496482, en de alinea staat in dat document op bytes 28982 tot 29854.