Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 september 2016

Onder 2.2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 september 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:7165.

Het standpunt van [appellant] luidt kort weergegeven als volgt. Hij wil zekerheid hebben over de vraag of hij al dan niet de biologische vader van [kind] is. Daarbij heeft zowel hij als [kind] belang, ook als zijn juridisch vaderschap niet kan worden vastgesteld. Het DNA-onderzoek in de vorm van een wangslijmtest, dat [geïntimeerde 1] en [appellant] medio 2014 thuis hebben uitgevoerd en dat uitwees dat [appellant] niet de vader is, is in zijn ogen onbetrouwbaar omdat [geïntimeerde 1] de test alleen (dus zonder [appellant] ) op de post heeft gedaan en daarmee heeft kunnen manipuleren. Daarom eist [appellant] dat [geïntimeerden] (in het geval van [geïntimeerde 1] hetzij optredend voor zichzelf, hetzij als wettelijk vertegenwoordiger van [kind] ) meewerken aan een DNA-onderzoek door een door [appellant] in te schakelen en te betalen instituut, dan wel door een (naar het hof begrijpt) door het hof aan te wijzen instituut, op verbeurte van een dwangsom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ae42dbbc50106bd84fc50687395f9681535b6cde91311900506d5113d81b05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ae42dbbc50106bd84fc50687395f9681535b6cde91311900506d5113d81b05, en de alinea staat in dat document op bytes 7491 tot 8471.