Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 september 2016

Onder 2.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 september 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:7165.

Het feit dat [appellant] onder de thans geldende wetgeving niet de juridische vader van [kind] kan worden indien hij blijkt haar biologische vader te zijn, vormt op zichzelf onvoldoende grond voor afwijzing van zijn vordering. Er zijn immers meer in rechte te respecteren belangen verbonden aan de vaststelling van het biologisch vaderschap. Met name ten aanzien van mogelijk recht op omgang valt uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) (in het bijzonder de zaak Schneider/Duitsland, EHRM 15 december 2011, appl.nr. 17080/07) op te maken dat een biologische band tussen vader en kind voldoende moet zijn om onder de bescherming van het private life van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) te vallen en aldus ontvankelijk te zijn in een verzoek tot vaststelling van omgang; in hoeverre dergelijke omgang in het belang van het kind is, dient daarna te worden getoetst. In zoverre is de grief van [appellant] terecht naar voren gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ae42dbbc50106bd84fc50687395f9681535b6cde91311900506d5113d81b05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ae42dbbc50106bd84fc50687395f9681535b6cde91311900506d5113d81b05, en de alinea staat in dat document op bytes 9400 tot 10470.