Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2016

Alinea 39 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8247.

17. Voor zover de door de betrokkene verzochte akte van beëdiging en/of de aanstelling van de betrokken verbalisanten zich niet bij de stukken bevinden overweegt het hof dat er geen wettelijke bepaling is die voorschrijft dat dergelijke stukken deel dienen uit te maken van het dossier. Dat de betrokkene op grond van de Wob recht zou hebben op die stukken maakt dat niet anders, aangezien een dergelijk recht op zichzelf niet meebrengt dat de rechter in een WAHV-zaak die stukken in zijn beoordeling dient te betrekken. Dat is slechts anders indien redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop die informatie betrekking heeft. Niet gesteld, noch gebleken is dat daarvan in het onderhavige geval sprake is. Gelet op het voorgaande brengt het enkele feit dat de gemachtigde niet over bedoelde stukken beschikt niet mee dat hij niet in staat kan worden geacht zijn bezwaren tegen de inleidende beschikking te formuleren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc33b5790c678900c94ae0c7606edc4b53b2c54b0d9b9e042e900f5f4f7006c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc33b5790c678900c94ae0c7606edc4b53b2c54b0d9b9e042e900f5f4f7006c1, en de alinea staat in dat document op bytes 14565 tot 15508.