Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016

Onder 3.1 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8298.

Tussen partijen is in geschil de afwikkeling van de nalatenschap van [erflater] (overleden op 4 september 2001; hierna te noemen erflater), de vader van [appellant] , respectievelijk de partner van [geïntimeerde] . [geïntimeerde] is krachtens testament van 23 augustus 1982 enig erfgenaam; [appellant] (als enige nog in leven zijnde nakomeling van erflater) heeft zich tijdig beroepen op zijn legitieme. Nu de nalatenschap is opengevallen voor de inwerkingtreding van boek 4 Burgerlijk Wetboek (per 1 januari 2003), zijn, gelet op artikel 128 Overgangswet NBW, de voordien geldende (oude) bepalingen van de artikelen 4:960-976 oud-BW van toepassing in deze zaak. Beide partijen zijn gerechtigd tot de onverdeelde helft van de nalatenschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ca1eb97c1b7cc44f9864cf39458ebe6e2f6a74eb3502190a08b62f4cc1f8aab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ca1eb97c1b7cc44f9864cf39458ebe6e2f6a74eb3502190a08b62f4cc1f8aab, en de alinea staat in dat document op bytes 10523 tot 11277.