Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016

Onder 3.2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8298.

[appellant] is met de inleidende dagvaarding van 24 april 2014 de onderhavige procedure gestart. Hij heeft, verkort weergegeven, gevorderd opgave door [geïntimeerde] per sterfdatum van erflater van alle bestaande goederen (waaronder bankrekeningen) en veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling aan hem van een bedrag van € 310.000,-. Als grondslag(en) van zijn vordering heeft [appellant] onder meer aangevoerd dat [geïntimeerde] de twee buitenlandse bankrekeningen heeft verzwegen, waardoor zij haar aandeel in de erfenis heeft verbeurd (ex artikel 4:1110 oud-BW). Het (verzwegen) saldo bedroeg ongeveer € 480.000,-; hij heeft daarvan € 170.000,- ontvangen, zodat resteert het gevorderde bedrag. Als verweer heeft [geïntimeerde] onder meer aangevoerd, dat partijen op 12 januari 2005 een vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 BW hebben gesloten ter (finale) regeling en verdeling van de gelden die op de twee buitenlandse rekeningen stonden. De rechtbank heeft bij eindvonnis van 6 mei 2015 de vorderingen van [appellant] afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ca1eb97c1b7cc44f9864cf39458ebe6e2f6a74eb3502190a08b62f4cc1f8aab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ca1eb97c1b7cc44f9864cf39458ebe6e2f6a74eb3502190a08b62f4cc1f8aab, en de alinea staat in dat document op bytes 13368 tot 14443.