Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016

Onder 3.5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8298.

Vervolgens is [appellant] zelf op onderzoek uitgegaan en heeft toen in eerste instantie ontdekt, in oktober 2004, dat er nog een (op naam van erflater en [geïntimeerde] staande) bankrekening in Zwitserland was, namelijk bij de UBS AG te Chur. Het saldo per 4 september 2001 bedroeg CHF 208.179,99 ofwel € 137.389,86. [appellant] heeft [geïntimeerde] met deze vondst geconfronteerd en daarop heeft [geïntimeerde] aan [appellant] verteld dat er nóg een bankrekening was, te weten in Duitsland (aandelen/effecten bij de DB), welk saldo per 4 september 2001 € 285.617,40 bedroeg (depot-nr 1556893 00). Uit een brief van 3 november 2014 van deze bank aan de advocaat van [geïntimeerde] (prod. bij akte na comparitie van [geïntimeerde] d.d. 7 januari 2015) blijkt dat deze bankrekening is opgeheven in 2001. [geïntimeerde] heeft hierover ter comparitie van 4 november 2014 verklaard, dat zij in opdracht van erflater de aandelen in Duitsland na zijn overlijden heeft verkocht en dat zij de opbrengst cash mee naar huis heeft genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ca1eb97c1b7cc44f9864cf39458ebe6e2f6a74eb3502190a08b62f4cc1f8aab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ca1eb97c1b7cc44f9864cf39458ebe6e2f6a74eb3502190a08b62f4cc1f8aab, en de alinea staat in dat document op bytes 18292 tot 19344.