Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016

Onder 3.9 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8298.

[appellant] voert in dit kader (de moraliteit) en onder de grieven 3 en 4 ook aan dat [geïntimeerde] een kluisje bij de DB voor hem verborgen heeft gehouden en dat hij dat ook niet wist (op 12 januari 2005). [appellant] heeft hiervan pas kennis genomen in de loop van de procedure bij de rechtbank (akte na comparitie van 7 januari 2015). [geïntimeerde] heeft hierover verklaard dat in dit kluisje, dat zij kort na het overlijden van erflater heeft leeggehaald, enkel papieren (aankoopbewijzen en bankafschriften) en geen gelden lagen. Uit deze verklaring leidt het hof af dat [geïntimeerde] daarom niet gehouden was om dit te melden aan [appellant] , nu het kluisje volgens haar verklaring (of verweer) geen vermogensbestanddelen bevatte die voor (vermogensrechtelijke) verdeling in aanmerking kwamen. De waarheid hieromtrent zal in het midden (moeten) blijven. [appellant] heeft zijn stelling dat de kluis ook vermogensbestanddelen (geld) bevatte niet kunnen onderbouwen, zo verklaarde hij ook ter zitting van 20 juni 2016. Bewijs van deze niet onderbouwde stelling zal daarom rechtens niet meer aan de orde komen. Dat betekent voorts dat niet vastgesteld kan worden dat sprake is van verzwijging als bedoeld in artikel 4:1110 oud-BW (dan wel artikel 3:194 lid 2 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ca1eb97c1b7cc44f9864cf39458ebe6e2f6a74eb3502190a08b62f4cc1f8aab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ca1eb97c1b7cc44f9864cf39458ebe6e2f6a74eb3502190a08b62f4cc1f8aab, en de alinea staat in dat document op bytes 30619 tot 31914.