Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2016
Onder 2.10 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8770.
Platers Pipe Fitters (…) 03 Are we authorized (…) Our legal department commitment is to have all aspects fulfilled before any deployment of personnel”. 2.11 In mei 2013 heeft de Inspectie SZW een boete van € 1.336.000,- opgelegd aan Groningen Shipyard wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: Wav) en de Wet minimumloon en minimum vakantietoeslag. Artikel 2 Wav verbiedt een werkgever om een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. De boete is opgelegd op basis van een door de arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW opgemaakt boeterapport d.d. 11 februari 2013. Volgens dat rapport zouden in de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 januari 2012, 167 vreemdelingen met de Roemeense nationaliteit via BMS voor WSY werkzaamheden als onder meer lasser, plaatwerker, monteur of scheepsbouwer hebben verricht, terwijl voor die werkzaamheden geen tewerkstellingsvergunningen waren afgegeven. In de beroepsprocedure voor de afdeling bestuursrecht van de rechtbank Noord-Nederland heeft de bestuursrechter bij uitspraak van 4 december 2014 het beroep tegen die boete gegrond verklaard. In de kern heeft de bestuursrechter overwogen dat voor de vraag of sprake is van een overtreding van artikel 2, eerste lid, Wav bepalend is onder wiens toezicht en leiding de vreemdelingen de werkzaamheden feitelijk hebben verricht. Daarbij rust op de minister van SZW de bewijslast dat de Roemeense werknemers onder de feitelijke controle en toezicht van Groningen Shipyard B.V. vielen. Naar het oordeel van de bestuursrechter heeft de minister die stelling onvoldoende onderbouwd. Deze beslissing van de bestuursrechter is echter in hoger beroep op 16 september 2015 vernietigd door de Raad van State (ECLI:NL:RvS:2015:2877). Het door Groningen Shipyard tegen de boete ingestelde beroep is alsnog ongegrond verklaard. De Raad van State heeft daartoe, samengevat, overwogen dat uitgegaan kan worden van de juistheid van het op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte en ondertekende boeterapport en de bij dat rapport gevoegde vragenformulieren en verklaringen. Naar het oordeel van de Raad van State heeft de minister met die bescheiden aangetoond dat de vreemdelingen onder toezicht en leiding van Groningen Shipyard hebben gewerkt en was de minister bevoegd tot het opleggen van de boete.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89549af6cb6aad4381f275e329306e5261827c26154c73ca65feee4f0c34c968. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89549af6cb6aad4381f275e329306e5261827c26154c73ca65feee4f0c34c968, en de alinea staat in dat document op bytes 20493 tot 23156.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89549af6cb6aad4381f275e329306e5261827c26154c73ca65feee4f0c34c968 | shasum -a 256