Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2016
Onder 2.6 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8774.
Het hof volgt de opvatting van Dexia niet. Uit de hiervoor geciteerde rechtsoverweging 3.4.3 volgt immers dat de Hoge Raad tot uitgangspunt heeft genomen dat de stuitende werking van de verjaring van de vernietigingsbevoegdheid een aanvang heeft genomen door het instellen van de collectieve actie, dezelfde als in de onderhavige zaak, bij dagvaarding van 13 maart 2003 en niet is komen te vervallen als gevolg van het uitbrengen van een opt-out-verklaring na het bereiken van de collectieve schikking, derhalve na het moment waarop de overeenkomst van de belangenorganisaties en Dexia algemeen verbindend is verklaard. Daarbij heeft de Hoge Raad, blijkens rechtsoverweging 3.1 onder (vi) uitdrukkelijk onder ogen gezien dat de Stichting Eegalease en de Consumentenbond in de Hoofdovereenkomst een afstandsverklaring hadden gedaan, maar daarin geen omstandigheid gezien om de stuitende werking te laten eindigen. Integendeel, volgens de Hoge Raad kan de belanghebbende ten behoeve van wie de collectieve actie is ingesteld niet de stuitende werking worden ontzegd, wanneer hij na de totstandkoming van de collectieve schikking kenbaar maakt zich daaraan niet te willen binden. Een andere conclusie is ook niet goed denkbaar. De belangenorganisaties en Dexia hebben immers de gerechtelijke procedure beëindigd om het collectieve proces op andere wijze voort te zetten, namelijk door, zoals tussen hen overeengekomen, een verzoek tot algemeen verbindend verklaring in te dienen bij het gerechtshof Amsterdam op grond van de Wet collectieve afwikkeling massaschade (hierna: WCAM). Dat is gebeurd op 18 november 2005. Daaruit blijkt dat partijen met het royement niet zozeer beoogd hebben om het tussen hen bestaande geschil te beëindigen, maar ervoor hebben gekozen om de geschilbeslechting op andere wijze voort te zetten. Bovendien hebben zij dat gedaan binnen zes maanden na het royement en bepaalt voorts art. 7:907 lid 5 BW dat door indiening van het verzoekschrift tot algemeen verbindendverklaring de verjaring wordt gestuit. Weliswaar is die bepaling naar de letter slechts van toepassing op vorderingen tot schadevergoeding, maar in het licht van de hiervoor genoemde uitspraak van de Hoge Raad en in aanmerking genomen dat in de WCAM-overeenkomst uitdrukkelijk een regeling is opgenomen met betrekking tot de vernietigbaarheid (althans de vernietiging) van effectenleaseovereenkomsten, moet worden aangenomen dat de stuitende werking zich in dit geval ook over de verjaring van de bevoegdheid van de echtgenoot tot vernietiging uitstrekt. Om de hiervoor vermelde redenen, moet volgens het hof het arrest van de Hoge Raad aldus worden begrepen dat in een geval als het onderhavige heeft te gelden dat de eenmaal aangevangen stuiting doorloopt tot het moment dat de belanghebbende daadwerkelijk in staat is om te kiezen of hij zich aan de uiteindelijke regeling, die het sluitstuk vormt van de ingestelde collectieve actie, wil conformeren of niet. Dat brengt mee dat, anders dan Dexia betoogt, de enkele omstandigheid dat de procedure is geroyeerd onvoldoende is om aan te nemen dat daardoor de stuitende werking zou zijn komen te vervallen. De tweede grief stuit hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb6348f0e0e2956a98c4d9172831052f5dc84e9be3733a8f9f6f5eafd5de247. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb6348f0e0e2956a98c4d9172831052f5dc84e9be3733a8f9f6f5eafd5de247, en de alinea staat in dat document op bytes 13543 tot 16751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbb6348f0e0e2956a98c4d9172831052f5dc84e9be3733a8f9f6f5eafd5de247 | shasum -a 256