Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 februari 2017
Onder 4.29 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 februari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1591.
Voor de bepaling van de hoogte van de toe te kennen vergoeding van immateriële schade is de mate waarin de betrokkene daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ondervonden in beginsel niet van belang. Dat is slechts anders in bijzondere gevallen, waarvan sprake kan zijn als de procedure over een zeer gering financieel belang gaat. Anders dan de Rechtbank heeft geoordeeld dient daarbij ook het financiële belang dat gemoeid is met de omvang van de schadevergoeding wegens rentederving, de proceskostenvergoeding en de vordering tot vergoeding van immateriële schade in aanmerking te worden genomen. In dit verband wijst het Hof op het reeds in 4.21 vermelde arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, BNB 2016/140, waarin hij in r.o. 3.4.6 overweegt dat de redelijke termijn, in geval van heropening van het onderzoek of in een afzonderlijke uitspraak na uitspraak in de hoofdzaak ook heeft te gelden voor de behandeling van die afzonderlijke schadeprocedure en welke termijn de Hoge Raad voor dat geval op één jaar stelt. In zijn arrest van 24 februari 2017, nr. 16/02302, ECLI:NL:HR:2017:292, overweegt de Raad in r.o. 2.3 over de invulling van het begrip “zeer gering financieel belang” bovendien dat het daarbij dient te gaan om “door of aan een bestuursorgaan te betalen bedragen”:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e8eb98571cff0ccf7365e51afa8bca4480d1671008b8d4c385aa611d94fbdbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e8eb98571cff0ccf7365e51afa8bca4480d1671008b8d4c385aa611d94fbdbc, en de alinea staat in dat document op bytes 47754 tot 49072.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e8eb98571cff0ccf7365e51afa8bca4480d1671008b8d4c385aa611d94fbdbc | shasum -a 256