Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2017

Onder 5.10 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2801.

Het hof is van oordeel dat uit de brief van 18 november 2016 niet, althans onvoldoende duidelijk, blijkt dat de door de verzekeringsarts geconstateerde beperkingen niet meer aanwezig zijn. Zoals reeds is overwogen in de laatste alinea onder 5.6 is met het rapport- [naam arbeidsdeskundige 2] niet onderbouwd dat, gegeven deze beperkingen, toch sprake was van volledig herstel. [appellant] heeft ook niet aangevoerd dat zij [geïntimeerde] heeft laten weten dat zij hem weer als volledig hersteld mocht beschouwen na 18 november 2016 zodat er geen reden meer was voor extra pauzes. Het is begrijpelijk dat [geïntimeerde] dan ook geen aanleiding heeft gezien om wederom een deskundigenoordeel in de zin van artikel 7:629a BW te vragen. Het aanbod van [appellant] om de bedrijfsarts als getuige te horen omtrent de arbeidsgeschiktheid van [geïntimeerde] is in dat verband niet relevant. De bedrijfsarts is, door zich te baseren op het rapport- [naam arbeidsdeskundige 2] , naar het oordeel van het hof immers van een onjuiste premisse uitgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af91e98eca378e76a676dc7b32a7affa0f17dc7eb83bc224ced8975e9e43490c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af91e98eca378e76a676dc7b32a7affa0f17dc7eb83bc224ced8975e9e43490c, en de alinea staat in dat document op bytes 29587 tot 30645.