Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 januari 2017
Onder 4.2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 januari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:310.
Behoudens gevallen van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 Awb en uitzonderingsgevallen als misbruik van procesrecht, dient te worden tegemoetgekomen aan een verzoek van de belanghebbende tot overlegging van een bepaald stuk indien deze voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het stuk van enig belang kan zijn (geweest) voor de besluitvorming in zijn zaak (vgl. HR 25 april 2008, nr. 43.448, ECLI:NL:HR:2008:BA3823). De beoordeling of de inhoud van het betreffende stuk voor de besluitvorming in de zaak van belang is (geweest), kan niet geschieden zonder kennisneming van die inhoud. Dit neemt niet weg dat de rechter onder omstandigheden ook zonder kennisneming van het desbetreffende stuk kan beslissen dat dit stuk niet van enig belang voor de besluitvorming kan zijn (geweest) (zie HR 10 april 2015, nr. 14/01189, ECLI:NL:HR:2015:874; HR 15 november 2013, nr. 12/00606, ECLI:NL:HR:2013:1129).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd6561792da4218a4069308c5e8466adfa04a774003374ce0e246f92f792100e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd6561792da4218a4069308c5e8466adfa04a774003374ce0e246f92f792100e, en de alinea staat in dat document op bytes 32118 tot 33046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd6561792da4218a4069308c5e8466adfa04a774003374ce0e246f92f792100e | shasum -a 256