Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017
Onder 3.7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:4341.
Smit heeft de door haar gestelde schade allereerst gebaseerd op het verlies van het Pon-dealerschap, bestaande uit het definitieve verlies van het - volgens Smit - bloeiende autodealerbedrijf dat gedurende 25 jaar een uitstekende reputatie en een profitabele positie in de markt had verworven (memorie van grieven onder 2.7, hierna ook te noemen: de stakingsschade). Voor de vraag of Pon daarvoor aansprakelijk is, moet dus de vraag worden beantwoord of het dealerschap niet was beëindigd als de eerste opzegging niet was gedaan. Daarbij is van belang dat de eerste opzegging op zichzelf niet daadwerkelijk tot beëindiging van het dealerschap heeft geleid. Het dealerschap en de exploitatie van het bedrijf van Smit is tijdens de (niet-rechtsgeldige) opzegfase en nog ruim twee jaren daarna voortgezet. Pon heeft de overeenkomst bij brief van 23 maart 2000 (nogmaals) opgezegd, tegen 1 april 2002 (verder ook wel te noemen: de tweede opzegging). Bij vonnis van 15 mei 2002 van de rechtbank Utrecht, dat is bekrachtigd bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2004, is geoordeeld dat de tweede opzegging wel rechtsgeldig is en dat de dealerovereenkomst per 1 april 2002 is geëindigd. Het tegen dat arrest ingestelde beroep in cassatie heeft de Hoge Raad bij arrest van 21 april 2006 verworpen. Nu daarmee tussen partijen vast staat dat Pon de dealerovereenkomst per 1 april 2002 rechtmatig heeft opgezegd, kan niet worden gezegd dat het verlies van het dealerschap en de bedrijfsbeëindiging het gevolg is van de (niet-rechtsgeldige) eerste opzegging. Er heeft zich niet de situatie voorgedaan dat het schadevoorval (in dit geval de feitelijke dealerschaps- en bedrijfsbeëindiging) reeds was ingetreden op het moment dat de tweede wel rechtsgeldige opzegging werd gedaan. In zoverre gaat de verwijzing naar de door Smit aangehaalde arresten Kennis/Budel (HR 23 juni 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0832, zie ook conclusie A-G voor dat arrest onder 4.4) en Leeuwarden/Los (HR 7 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2795) dan ook niet op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc44ea4169aabb65c721f1d4d8cd7af4aad6b583ef0117d349240a0ba42fe375. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc44ea4169aabb65c721f1d4d8cd7af4aad6b583ef0117d349240a0ba42fe375, en de alinea staat in dat document op bytes 27683 tot 29809.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc44ea4169aabb65c721f1d4d8cd7af4aad6b583ef0117d349240a0ba42fe375 | shasum -a 256