Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017
Onder 3.9 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:4341.
Voor de conclusie dat het louter de eerste opzegging en het verzet van Smit daartegen zijn geweest die de relatie hebben verstoord en tot de tweede opzegging hebben geleid (in de woorden van Smit: dat de tweede opzegging “volledig geconditioneerd zou zijn” door de eerste opzegging) heeft Smit tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Pon onvoldoende aangevoerd. De brief van 7 maart 2000 (productie 29 bij dagvaarding in eerste aanleg) waarin Pon heeft uitgesproken dat het onbestaanbaar is dat de lopende dealerovereenkomst nog een onbepaalde duurzaamheid zal hebben, is daartoe niet voldoende. Deze brief past in de reeds in de jaren 1989 tot en met 1997 uitgesproken zorg van Pon - zie de in rov 2.3 tot en met 2.9 geciteerde passages uit brieven van Pon aan Smit en uit gespreksverslagen tussen 1989 en 1997 - over de door Smit behaalde resultaten en de reeds toen uitgesproken intentie om tot een beëindiging van het dealerschap te komen. Dat geldt ook voor de mededeling van Rottinghuis ter gelegenheid van de eerste opzegging dat Smit niet meer op enige vorm van samenwerking hoefde te rekenen en dat Pon in beide gevallen (naar het hof begrijpt: zowel in het geval Smit zich wel tegen de opzegging zou verzetten als wanneer zij dat niet zou doen) zou opzeggen. Dat duidt er immers veeleer op dat in aanloop naar (en als aanleiding voor) dit gesprek de relatie al was verstoord en dat Pon al geen toekomst meer zag in de samenwerking met Smit, dan dat het de eerste opzegging zelf is geweest die de handelsrelatie (in beslissende mate) heeft verstoord. Ook de overige correspondentie waarop Smit heeft gewezen en waaruit zou blijken dat Pon na de brief van 16 januari 1998 aanstuurt op een beëindiging van de samenwerking is tegenover de betwisting door Pon onvoldoende voor die conclusie. Die correspondentie laat zich grotendeels verklaren door de omstandigheid dat Pon op haar moverende gronden (het in haar ogen ondermaats presteren van Smit) tot beëindiging van de samenwerking wilde komen en dat zij ervan uitging dat zij met de eerste opzegging de overeenkomst rechtsgeldig had opgezegd. Die intentie bestond al voor, en staat in zoverre los van, de eerste opzegging en is sindsdien blijven bestaan. Smit heeft in hoger beroep niet, althans niet voldoende concreet en specifiek, bewijs aangeboden van feiten die de conclusie kunnen dragen dat de tweede opzegging en de beëindiging van het dealerschap het gevolg is geweest van de eerste opzegging (en het verzet van Smit daartegen). De conclusie moet daarom zijn dat het niet de eerste opzegging maar de tweede opzegging is geweest die tot beëindiging van het dealerschap heeft geleid. De gevolgen van deze door Pon uitgeoefende contractuele mogelijkheid om de overeenkomst alsnog rechtsgeldig op te zeggen, dienen voor risico van Smit te blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc44ea4169aabb65c721f1d4d8cd7af4aad6b583ef0117d349240a0ba42fe375. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc44ea4169aabb65c721f1d4d8cd7af4aad6b583ef0117d349240a0ba42fe375, en de alinea staat in dat document op bytes 31770 tot 34613.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc44ea4169aabb65c721f1d4d8cd7af4aad6b583ef0117d349240a0ba42fe375 | shasum -a 256