Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017

Onder 4.16. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:4577.

In de procedure die heeft geleid tot het arrest van 22 maart 2013 heeft het Gerechtshof Arnhem geoordeeld dat de door belanghebbende overgelegde taxatierapporten en taxatiekaart niet kunnen dienen om het afschrijvingspercentage vast te stellen. In de rapporten worden – aldus het Gerechtshof – de vastgestelde waarden slechts onderbouwd met zeer algemene stellingen, zoals dat de auto ‘een niet gemakkelijk te verkopen auto is’, of extreem in waarde is gedaald omdat het een via parellelimport in Nederland ingevoerde auto is, en op de taxatiekaarten ontbreekt elke onderbouwing. Op die gronden heeft het Gerechtshof geoordeeld dat de in deze rapporten weergeven waardebepaling bij verkoop aan particulier en waardebepaling bij inkoop (handelsinkoopwaarde) niet kan worden gevolgd, en dat de verschuldigde BPM terecht is bepaald aan de hand van het forfait van artikel 10 van de Wet BPM. De Hoge Raad heeft die oordelen met toepassing van artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie afgedaan. Ook hieraan kan de Inspecteur naar het oordeel van het Hof in de onderhavige zaken niet met succes argumenten ontlenen voor zijn stelling dat de door belanghebbende overgelegde koerslijsten niet bruikbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d57c4635aba7083b1150af770e4d3f78109de385944b2aa7113d7d7489f84f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d57c4635aba7083b1150af770e4d3f78109de385944b2aa7113d7d7489f84f84, en de alinea staat in dat document op bytes 54907 tot 56140.