Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017
Onder 4.18. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:4577.
Waar de Hoge Raad spreekt van “een redelijke benadering van de werkelijke waarde” kan de Hoge Raad blijkens zijn hiervoor vermelde arrest van 27 januari 2017 met “werkelijke waarde” niet anders bedoelen dan “de prijs waarvoor de referentieauto (…) door een handelaar van een particulier (Hof: in Nederland) wordt aangekocht” (r.o 2.4.2). Belanghebbende heeft de onderhavige auto’s echter niet gekocht van een particulier, zodat reeds hierom de inkoopprijzen van de onderhavige auto’s niet als uitgangspunt kunnen worden genomen. Hetgeen de Inspecteur heeft gesteld met betrekking tot de door belanghebbende gerealiseerde verkooprijzen is naar het oordeel onvoldoende om te komen tot het oordeel dat de door belanghebbende gehanteerde – op de koerslijst [G] marge-auto gebaseerde – inkoopprijzen te laag zouden zijn en daarmee belanghebbende niet in haar bewijslast zou zijn geslaagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d57c4635aba7083b1150af770e4d3f78109de385944b2aa7113d7d7489f84f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d57c4635aba7083b1150af770e4d3f78109de385944b2aa7113d7d7489f84f84, en de alinea staat in dat document op bytes 56853 tot 57772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d57c4635aba7083b1150af770e4d3f78109de385944b2aa7113d7d7489f84f84 | shasum -a 256