Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017

Onder 5.1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:4577.

Belanghebbende komt in aanmerking voor een forfaitaire proceskostenvergoeding. De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 23 september 2011, nr. 10/04238, ECLI:NL:HR:2011:BT2293 en HR 27 november 2015, nr. 15/02072, ECLI:NL:HR:2015:3370, geoordeeld dat de rechter zelfstandig – op grond van een eigen waardering – dient te beoordelen in welke gewichtscategorie een zaak valt. De wegingsfactor kan variëren van 0,25 voor een zeer lichte zaak tot wegingsfactor 2 voor een zeer zware zaak. Blijkens de toelichting op de wijziging van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb) van 25 februari 2002, Stb. 113, blz. 6, dient de uitkomst steeds in overeenstemming te zijn met de bewerkelijkheid en de gecompliceerdheid van de zaak en de daarmee verband houdende werkbelasting van de rechtsbijstandsverlener. Gelet op de grote hoeveelheid aan stukken in het dossier en de wijze van procederen door de Inspecteur, hanteert het Hof in het onderhavige geval een wegingsfactor van 2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d57c4635aba7083b1150af770e4d3f78109de385944b2aa7113d7d7489f84f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d57c4635aba7083b1150af770e4d3f78109de385944b2aa7113d7d7489f84f84, en de alinea staat in dat document op bytes 60671 tot 61669.