Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017

Onder 5.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7702.

Bij de beoordeling van de grief stelt het hof het volgende voorop. Om de plaats te bepalen waar de genoemde verbintenis moet worden uitgevoerd, dient eerst te worden beoordeeld wat het toepasselijke recht is dat volgens internationaal privaatrecht van de aangezochte rechter (in dit geval de Nederlandse rechter) op de onderhavige overeenkomst van toepassing is (HvJ EG 6 oktober 1976, ECLI:EU:C:1976:133, Tessili/Dunlop). Het toepasselijke recht moet worden vastgesteld aan de hand van de Verordening (EG) Nr. 953/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I). Gesteld noch gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gedaan in de zin van artikel 3 Rome I. De door de Stichting c.s. gestelde overeenkomst wordt niet genoemd in artikel 4 lid 1 Rome I gegeven opsomming van benoemde overeenkomsten. Op grond van artikel 4 lid 2 Rome I wordt de overeenkomst dan beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar gewone verblijfplaats heeft, dan wel (ingevolge artikel 4 lid 4 Rome I), indien dit niet kan worden vastgesteld, door het recht van het land waarmee de overeenkomst het nauwst verbonden is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df692cb400ea9dba6988ae5688e21d961aa7d2e2e52500f5504591664ff9061c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df692cb400ea9dba6988ae5688e21d961aa7d2e2e52500f5504591664ff9061c, en de alinea staat in dat document op bytes 16729 tot 18017.