Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017

Onder 5.14 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7702.

Bij gebreke van rechtsmacht op basis van de artikelen 2 en 6 Rv, verklaart artikel 9 Rv de Nederlandse rechter bevoegd enerzijds in het geval een procedure buiten Nederland onmogelijk blijkt (artikel 9 sub b) en anderzijds in het geval dat het onaanvaardbaar is van de eiser te vergen dat hij de zaak aan het oordeel van een rechter van een vreemde staat onderwerpt (artikel 9 sub c). Het eerste geval ziet zowel op de juridische onmogelijkheid (bijvoorbeeld geen bevoegde rechter) als op feitelijke onmogelijkheid (bijvoorbeeld oorlog, natuurrampen, geen rechterlijke macht aanwezig). Het tweede geval betreft situaties waarin een bevoegde buitenlandse rechter niet ontbreekt, maar eiser moet vrezen dat voor hem een behoorlijke rechtsgang niet gewaarborgd is. Met het woord ‘onaanvaardbaar’ is aangegeven dat dit tweede geval restrictief moet worden uitgelegd. In het tweede geval wordt, anders dan in het eerste geval, als aanvullende voorwaarde gesteld dat de zaak voldoende met de Nederlandse rechtssfeer verbonden is. Dit vereiste heeft de wetgever gerechtvaardigd geacht, omdat in het tweede geval het niet geheel en al onmogelijk is om elders te procederen maar men de voorkeur geeft aan de Nederlandse rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df692cb400ea9dba6988ae5688e21d961aa7d2e2e52500f5504591664ff9061c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df692cb400ea9dba6988ae5688e21d961aa7d2e2e52500f5504591664ff9061c, en de alinea staat in dat document op bytes 25120 tot 26356.