Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017

Onder 5.15 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7702.

Dat het juridisch of feitelijk onmogelijk is in India een procedure te voeren over de hier aan de orde zijnde vorderingen is gesteld noch gebleken. De door de Stichting c.s. opgeworpen stellingen komen er allen op neer dat een procedure in India, mede gelet op de aangiften die daar tegen hen zijn gedaan en de trage rechtsgang, bezwaarlijk zijn. Dergelijke bezwaren vormen gelet op de hiervoor omschreven restrictieve toepassing van artikel 9 onvoldoende grond voor toepassing van deze bijzondere bevoegdheidsregel. Ook de opmerkingen van de Stichting c.s. over de vermeende corruptheid van het Indiase rechtssysteem kunnen hen niet baten. In het licht van de gemotiveerde betwisting daarvan door [appellante] , hebben Stichting c.s. niet aannemelijk gemaakt dat de rechtsgang in India voor handelsgeschillen als de onderhavige niet voldoet aan de minimum eisen die aan een behoorlijk rechtsgang gesteld mogen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df692cb400ea9dba6988ae5688e21d961aa7d2e2e52500f5504591664ff9061c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df692cb400ea9dba6988ae5688e21d961aa7d2e2e52500f5504591664ff9061c, en de alinea staat in dat document op bytes 26436 tot 27368.