Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 oktober 2017
Onder 5.3.5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 oktober 2017
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 oktober 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9213.
Uit het over en weer gestelde en de verklaringen van [appellant2] en [appellant1] ter comparitie in eerste aanleg blijkt dat [appellant1] ermee bekend was dat in de periode na het uitbrengen van het prospectus de oplevering van de Spaanse appartementen aldoor uitbleef en het fonds daardoor verstoken bleef van huurinkomsten uit deze appartementen. Aangezien daarmee de nakoming van de obligatievoorwaarden in gevaar dreigde te komen, had het naar het oordeel van het hof op de weg van [appellant1] als bestuurder van de Stichting Obligatiehouders gelegen de obligatiehouders over dit belangrijke feit te informeren. Dit klemt temeer, nu hij functioneerde als enige bestuurder van voormelde Stichting. Blijkens de notulen van de vergadering van obligatiehouders van 4 december 2008 (productie 33 bij conclusie van repliek) heeft hij daar toen niets over gezegd. Zelfs nog tijdens de vergadering van 9 november 2009 (zie rov. 2.23) heeft [appellant1] de suggestie gewekt dat er "geen grote problemen" waren. [appellant1] had de obligatiehouders voorts in ieder geval dienen te informeren toen de bestuurder van het fonds hem verzocht om namens de Stichting Obligatiehouders in te stemmen met een besluit waarbij de Spaanse appartementen weliswaar door het fonds zouden worden verkregen, maar waarbij wel de projectfinanciering en het daarbij behorende (bouw)risico dienden te worden overgenomen. Ook hierover heeft [appellant1] de obligatiehouders echter niet geïnformeerd, laat staan dat hij overeenkomstig artikel 11 van de trustakte een vergadering van obligatiehouders bijeen heeft geroepen. [appellanten] c.s. stellen dat dit niet hoefde, omdat sprake zou zijn geweest van een spoedsituatie als bedoeld in artikel 10.4 van de trustakte en de Stichting Obligatiehouders ingevolge die bepaling van de trustakte bevoegd was zonder machtiging daartoe van de obligatiehouders hun rechten geheel of gedeeltelijk prijs te geven, te verminderen of te veranderen. Het hof kan hen daarin niet volgen. Van een situatie als bedoeld in die bepaling was geen sprake. Toegegeven kan worden dat sprake was van een situatie waarin snel belangrijke keuzes moesten worden gemaakt, maar deze situatie was niet van het ene op het andere moment ontstaan. Daarbij zij opgemerkt dat artikel 11.9 van de trustakte voorziet in een oproeptermijn van zeven dagen in spoedeisende gevallen. Niet concreet is onderbouwd dat besluitvorming zo urgent was dat die termijn niet kon worden afgewacht. Na het besluit tot toestemming was [appellant1] ook in de visie van [appellanten] c.s. zelf zonder meer op grond van artikel 10 lid 5 van de trustakte gehouden binnen een maand daarna een vergadering van obligatiehouders te houden om de motieven voor het besluit toe te lichten. Ook dat heeft hij nagelaten. Het verweer dat de obligatiehouders wel achteraf zouden zijn geïnformeerd is in het geheel niet onderbouwd en gedocumenteerd met stukken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a33d1b17a0cf667c2e227cfb9523fa870fb4e1d854a93b92add5c378b1175424. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a33d1b17a0cf667c2e227cfb9523fa870fb4e1d854a93b92add5c378b1175424, en de alinea staat in dat document op bytes 132668 tot 135598.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a33d1b17a0cf667c2e227cfb9523fa870fb4e1d854a93b92add5c378b1175424 | shasum -a 256