Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018

Onder 4.3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:110.

Het verzoek om vergoeding van immateriële schade is voor het eerst gedaan in hoger beroep. Ingevolge onderdeel 3.13.3 van het overzichtsarrest moet de vraag of de redelijke termijn is overschreden dan worden beoordeeld naar de stand van het geding ten tijde van de uitspraak in hoger beroep, waarbij de duur van de totale procedure tot dan toe in ogenschouw wordt genomen. Voor dat geval moet een redelijke termijn voor de bezwaar-, beroeps- en hoger beroepsfase van in totaal vier jaar in aanmerking worden genomen, welke termijn start op het tijdstip van indiening van het bezwaarschrift (vergelijk ook HR 14 augustus 2015, nr. 14/05962, ECLI:NL:HR:2015:2169). De termijn voor behandeling van het bezwaarschrift door de Ontvanger bedraagt zes maanden. Tussen partijen is niet in geschil dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die leiden tot afwijking van deze termijnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1bfcb71622e970888daa6572a3f4f5c9f53cd44ba85283edefd667b3635d4cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1bfcb71622e970888daa6572a3f4f5c9f53cd44ba85283edefd667b3635d4cf, en de alinea staat in dat document op bytes 15125 tot 16016.