Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018

Onder 4.4. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:110.

Het bezwaarschrift is ingediend op 9 november 2004. De Ontvanger heeft uitspraak op bezwaar gedaan op 28 april 2006. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft uitspraak gedaan op 17 september 2015. Dat betekent een totale behandelduur van 130 maanden en 8 dagen. Rekening houdend met een redelijke termijn van 48 maanden, bedraagt de overschrijding 82 maanden en 8 dagen. Dat zijn, naar boven afgerond, 14 periodes van zes maanden. Belanghebbende kan dan aanspraak maken op een vergoeding van 14 x € 500 (vergoeding per periode) = € 7.000. Van de termijnoverschrijding van 82 maanden moeten 12 maanden aan de Ontvanger worden toegerekend. Dat betekent in beginsel dat de Ontvanger moet worden veroordeeld tot betaling van 12/82e deel van € 7.000, ofwel € 1.025 en dat de Minister moet worden veroordeeld tot betaling van het restant, ofwel € 5.975.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1bfcb71622e970888daa6572a3f4f5c9f53cd44ba85283edefd667b3635d4cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1bfcb71622e970888daa6572a3f4f5c9f53cd44ba85283edefd667b3635d4cf, en de alinea staat in dat document op bytes 16096 tot 16968.