Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018

Onder 5.3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:110.

Het Hof stelt de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het geding na cassatie heeft moeten maken met analoge toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast. De zaak van belanghebbende na verwijzing hangt samen in de zin van artikel 3 van het Besluit met de zaken van [B] , [C] BV en [D] BV omdat deze zaken gelijktijdig zijn behandeld, sprake is van dezelfde rechtsbijstandverlener en na verwijzing nog slechts de hoogte van de vergoeding van immateriële schade in geding is en in het bijzonder de vraag voorligt of er aanleiding is voor matiging vanwege die verschillende partijen. Gemachtigden hebben hierbij telkens in eén geschrift alle partijen behandeld. De kosten worden vastgesteld op € 501 ((0,5 punt conclusie na verwijzing + 0,5 punt conclusie na heropening) x wegingsfactor 1  € 501), waarvan vanwege de samenhang met de andere genoemde zaken een vierde gedeelte, ofwel € 125,25, aan belanghebbende wordt toegekend. De Ontvanger en de Minister zullen (overeenkomstig overweging 5.2. hiervoor) ieder worden veroordeeld tot betaling van de helft hiervan, te weten een bedrag van € 62,63.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1bfcb71622e970888daa6572a3f4f5c9f53cd44ba85283edefd667b3635d4cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1bfcb71622e970888daa6572a3f4f5c9f53cd44ba85283edefd667b3635d4cf, en de alinea staat in dat document op bytes 22324 tot 23483.