Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2018

Onder 4.5. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1462.

Verder is van 31 juli 2008 tot 9 december 2008 (datum faillissement) ten minste € 374.342 afgelost op de per 31 juli 2008 bestaande schulden aan concurrente crediteuren. Bovendien is in die periode de schuld aan de bank van € 414.396 afgelost. Uit die feiten volgt, en belanghebbende heeft dat ook niet betwist, dat in die voortzettingsperiode met de van [C] ontvangen betalingen bij voorrang de zogenaamde dwangcrediteuren werden betaald. Hieronder zijn volgens belanghebbende te begrijpen de voor de voortzetting van de bedrijfsvoering essentiële relaties, zoals de bank, de werknemers, de brandstofleverancier en de ingehuurde transporteurs. Door deze betalingen te doen met voorrang boven de betaling van uit die voortzetting voortvloeiende belastingschulden, heeft belanghebbende als bestuurder bewerkstelligd dat die belastingschulden onbetaald zijn gebleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5d71bcb9a85d930f7283cc0e05391c036ac016adf28b6e855c0b1f0f775bb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5d71bcb9a85d930f7283cc0e05391c036ac016adf28b6e855c0b1f0f775bb5, en de alinea staat in dat document op bytes 25819 tot 26702.