Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2018
Onder 4.7. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1462.
Belanghebbende heeft in dit verband nog gewezen op de door de curator bij [C] ingediende vordering van ruim € 520.000. Volgens belanghebbende mocht de BV bij het nemen van het besluit haar bedrijfsvoering voort te zetten, rekenen op het incasseren van deze vordering waarmee de thans onbetaald gebleven belastingschulden zouden kunnen worden voldaan. Het Hof verwerpt dit standpunt. Uit belanghebbendes ter zitting bij het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch afgelegde verklaring blijkt dat pas in november 2008 werd ontdekt dat [C] een aantal door de BV verrichte transporten ten onrechte niet in het self-billing systeem had verwerkt en dat [C] zich in een aantal gevallen ten onrechte op verrekening wegens aangebrachte schade had beroepen. Een vordering hiertoe werd pas ingediend geruime tijd nadat de BV failliet was verklaard. Bij de in juli 2008 genomen beslissing de bedrijfsvoering tijdelijk voort te zetten, kan deze gepretendeerde vordering - nog los van haar realiteitsgehalte - dus geen rol hebben gespeeld omdat deze nog niet bekend was. Het bestaan van de vordering werd pas ontdekt nadat de bedrijfsvoering (het transport voor [C] ) op 1 november 2008 volledig was gestopt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5d71bcb9a85d930f7283cc0e05391c036ac016adf28b6e855c0b1f0f775bb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5d71bcb9a85d930f7283cc0e05391c036ac016adf28b6e855c0b1f0f775bb5, en de alinea staat in dat document op bytes 28089 tot 29290.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb5d71bcb9a85d930f7283cc0e05391c036ac016adf28b6e855c0b1f0f775bb5 | shasum -a 256